Ode aan de cafés

vrijdag 22 mrt 2013

 
Er was een tijd dat de klokken nog naar Rome moesten vliegen om paaseieren te gaan halen. Maar sinds de crisis moet iedereen voor zijn eigen eitjes zorgen. In Rome valt niks meer te halen. Waarschijnlijk zijn de Vaticaanse kippen te oud geworden en uitgelegd. En klaar voor de soep. Zoals al de rest in het Vaticaan. Met uitsterven bedreigd. Al weten ze het daar waarschijnlijk zelf nog niet. Want er was een tijd dat het er hier in ons dorpje ook heel anders uitzag. In mijn jeugdjaren besefte ik ook niet dat er zoveel kon veranderen op een mensenleven. Ik herinner mij nog heel goed dat er heel wat meer kleine winkeltjes waren waar zowat alles te koop was. Van voedingswaren tot ijzerwaren. Alles was te koop op wandelafstand. Dat is allemaal verdwenen. Elke uithoek had wel een winkeltje. Maar op een zeker moment kwam er een grootwarenhuis. In het centrum van de gemeente. Daar was alles gecentraliseerd. Op het eerste gezicht zou een mens denken dat het warenhuis de oorzaak is van de teloorgang van de kleine zelfstandige zaken. De concurrentie weet je wel. Maar is dat wel zo? Want ik zie toch ook andere zaken verdwijnen. Zaken die niks te maken hebben met het grootwarenhuis. Cafés bijvoorbeeld. In dat grootwarenhuis kan je dan wel alcohol kopen zoveel je wilt. Maar het gezellig aan de toog hangen is er niet bij. Dat kon vroeger wel. Er was toen geen straat zonder een café. Op sommige plaatsen zelfs meerderen. Allemaal verdwenen. En dat was niet het gevolg van het rookverbod. Die kleine cafeetjes zijn veel vroeger verdwenen. Al zijn er tegenwoordig weeral een reeks cafés die noodgedwongen moeten sluiten ten gevolge van dat rookverbod. Binnenkort krijgen we nog een alcoholverbod in cafés en dan zijn we goed op weg naar een algemene drooglegging. Het zal veel zuurpruimen plezieren maar mij zeker niet. Want ik heb de tijd gekend dat er nog volop gezopen mocht worden. Van alcoholcontroles was geen sprake. Een mens kon toen nog pintelieren tot in de vroege uurtjes om dan met de wagen naar huis te sukkelen. De blutsen namen we er maar bij. Maar dat is allemaal voorbij. Toch denk ik af en toe met weemoed terug aan die tijd. De tijd dat je 's nachts altijd wel ergens een pint kon gaan drinken. Maar tegenwoordig komen ze 's nachts niet meer buiten. Tijdens de dag ook al veel minder. Ik zie het nog gebeuren dat we binnen enkele jaren alleen nog een café gaan kunnen bezoeken in Bokrijk. Als curiosum. Als een zeldzame rariteit uit lang vervlogen jaren. Tenzij we er zelf iets gaan aan doen. Terug massaal naar de drank grijpen. De cafés nieuw leven inblazen. En zoals ik altijd geleerd heb; verander de wereld, begin bij jezelf. Vanaf morgen ga ik er tegenaan. Ik begin met een actie om het café in eer te herstellen. Elke dag ga ik mij bezuipen. Om in de vroege uurtjes naar huis te waggelen. Een nobel initiatief van mezelf dacht ik. Nu mijn vrouw nog overtuigen.
 

1144 keer gelezen