In memoriam 'Vic Laureys'
Zaterdagvoormiddag werd in een tot de nok gevulde Sint-Clemenskerk afscheid genomen van ereburgemeester, Vic Laureys, die op 28 mei 2026 thuis in Hoeilaart, omringd door zijn kinderen, op 86-jarige leeftijd overleed na een slepende ziekte. Hij was onze burgemeester van 1974 to 2006. Onder de vele aanwezigen naast de vele Hoeilanders ook tal van prominenten uit de politieke en de administratieve wereld. Het werd een mooi, verzorgd en plechtig afscheid, geleid door E.H. Roger Nuyts en Johan Vanloo.
Hieronder vind je de tekst van de getuigenis over de poltieke carrière van Vic Laureys en wat hij heeft betekend voor onze Hoeilaartse gemeenschap.
Beste Vic, beste familie, beste vrienden van Vic, beste Hoeilanders, beste allemaal,
Graag wil ik even stilstaan bij wat Vic Laureys voor Hoeilaart heeft betekend. Ik zal dat beknopt proberen te doen, want ik vermoed dat u vandaag ook nog naar huis wilt.
In het verkiezingsjaar 1970 hing er een sombere sfeer. Na een eeuw van dominante bloei was de druiventeelt, ooit de bron van zoveel welvaart, definitief op haar retour. De 80-jarige burgemeester Frans Vandervaeren was al 31 jaar aan de macht en de strijd om zijn nakende opvolging woedde achter de schermen. De opmaak van de CVP-lijst zorgde voor stevige conflicten.
De partij won de verkiezingen met 7 zetels op 13 en de 31-jarige Vic Laureys werd, vanop de derde plaats, verkozen met 409 voorkeurstemmen. In de voetsporen van zijn grootvader, Victor Laureys, trad hij toe tot het college. Er waaide een nieuwe wind door Hoeilaart. Als schepen van Cultuur maakte hij in 1971 de oprichting van de Cultuurraad mogelijk en wat later de opening van de Koldam: ons eerste prille cultuurcentrum.
Bij het aftreden van Frans Vandervaeren in 1974 werd Vic, toen 34 jaar oud, voorgedragen als nieuwe burgemeester, de jongste van het land. Met zijn jonge ploeg, waarvan de helft vrouwen, startte hij de reconversie van Hoeilaart: de weg naar een moderne en welvarende gemeente.
Intussen werkte Vic op het kabinet van minister van Verkeer en Hervormingen Jos Chabert en later bij Jean-Luc Dehaene. Al snel ontdekte hij, via netwerking, de weg naar overheidssubsidies. Het zou de rode draad worden doorheen zijn hele politieke carrière: geld binnenhalen voor Hoeilaart. Zo werd onze sporthal gebouwd met overschotten van de aanleg van de Brusselse Ring. Het waren toen duidelijk andere tijden. Hoeilaart werd in snel tempo voorzien van riolering en betere wegen, voor een belangrijk deel met overheidsgeld.
Er werd ook werk gemaakt van een Algemeen Plan van Aanleg, dat onze gemeente moest wapenen tegen de verstedelijking en een bestemming moest geven aan alle vrijkomende serregronden. Om het Vlaamse karakter van onze gemeente te vrijwaren en jonge Hoeilanders de kans te bieden betaalbaar in hun eigen dorp te bouwen, kwamen er nieuwe woonwijken zoals Solheide, Ter Veld, de Regenboogstraat en later Krekelheide en Het Leen. Daarnaast werd ook werk gemaakt van sociale woningbouw, onder meer in Sloesveld II, op de Dumberg en later in de Felix Sohiestraat. Samen met Vlabinvest en de sociale woonmaatschappij kwamen er ook woningen in de Vandenbroeckstraat, langs de Overijsesteenweg en, na de onteigening van de zagerij Mariën, in het binnengebied.
De verkiezingen van 1976, zijn eerste als lijsttrekker, werden een groot succes. De CVP behaalde een ruime absolute meerderheid: 12 zetels op 19. Vic zelf behaalde 2.136 voorkeurstemmen. In 1988 groeide die meerderheid zelfs tot13 zetels. De Hoeilander was duidelijk tevreden over zijn jonge burgemeester!
Door de teloorgang van de druiventeelt lag Hoeilaart bezaaid met vervallen serres. Die maakten de gemeente niet alleen onaantrekkelijk en remden de reconversie af, maar veroorzaakten ook problemen zoals de trosrups, waardoor de nog actieve serristen met nieuwe moeilijkheden werden geconfronteerd. Het moet een moeilijke, maar tegelijk moedige en noodzakelijke beslissing geweest zijn om als zoon van serristen de afbraakpremie in het leven te roepen. In snel tempo veranderde ons druivendorp in een moderne en fraaie gemeente, met geasfalteerde wegen, talrijke voetpaden en een rioleringsgraad van meer dan 97 procent — ver boven het Vlaamse gemiddelde.
Ook de dienstverlening aan de bevolking werd sterk uitgebouwd. De computer deed zijn intrede en tal van waardevolle historische gebouwen, zoals het kasteel-gemeentehuis, de Kasteelhoeve en het Nerostation, werden gerestaureerd. En ondanks het feit dat dit alles veel geld kostte, kon Hoeilaart bogen op gezonde financiën.
Een belangrijke sleutel tot Vics succes was zonder twijfel zijn dienstbetoon.Hij was een burgemeester die midden tussen de Hoeilanders leefde en dicht bij zijn bevolking stond. Elke woensdagavond ontving hij, tijdens zijn zitdag op het gemeentehuis, inwoners, met de ambitie zoveel mogelijk mensen te helpen, zonder onderscheid naar rang, stand of politieke voorkeur. Het aantal Hoeilanders dat hij een duwtje in de rug gaf door hen aan een job te helpen bij onder meer de Rijksdienst voor Pensioenen of de Regie der Luchtwegen, is niet te tellen. Zoals ik al zei: het waren andere tijden. Vic hielp discreet en sereen. Hij was er niet de man naar om zijn verdiensten van de daken te schreeuwen. Helpen waar mogelijk beschouwde hij als een morele plicht.
Vanaf 1981 was hij ook provincieraadslid en van 2000 tot 2012 provincieraadsvoorzitter. Daarnaast klom hij op tot adviseur-generaal — de derde hoogste rang — bij de Rijksdienst voor Pensioenen in de Zuidertoren. Hoe hij dat allemaal combineerde, is mij tot vandaag een raadsel gebleven. Vaak gebeurde het op fractie- of coalitievergaderingen dat hij, midden in een discussie met al die politieke ego's, stiekem op zijn horloge keek en hoopte om tegen tien uur te kunnen afronden? Vaak tevergeefs. Maar de volgende ochtend vertrok hij om halfzeven alweer naar de Zuidertoren. Waar haalde hij al die inzet en energie vandaan?
We komen nu op het punt waarop Vic zou zeggen: "Momentje. Ik heb dit allemaal niet alleen gedaan." Hij kon al die jaren rekenen op sterke schepenen en op een stabiel, hardwerkend, bekwaam en loyaal gemeentelijk personeelskader. Het was fijn werken op de gemeente. Uiteraard kon hij ook rekenen op een ondersteunend maar kritisch partijbestuur en op gemeenteraadsleden die hem het leven niet altijd gemakkelijk maakten. Daarnaast waren er de vele vrijwilligers uit het verenigingsleven die onze gemeente mee vormgaven tot wat zij vandaag is.
Zijn hele werkethiek bestond erin het algemeen belang voorrang te geven op het persoonlijke belang. Dankzij zijn sterke netwerk kon hij ook een belangrijke stempel drukken op de plannen voor het derde en vierde treinspoor. Daardoor moesten minder woningen worden onteigend en bleef de halte van Hoeilaart behouden. Ook op het vlak van geluids- en milieuoverlast werden de plannen, na lang aandringen, op tal van plaatsen aangepast. Jammer genoeg werd het hele dossier een ware processie van Echternach. Toen de werken uiteindelijk van start gingen, had Vic de politiek al verlaten en werden verschillende zaken anders uitgevoerd dan beloofd — zeker niet in het belang van Hoeilaart.
Van bij zijn aantreden als burgemeester stimuleerde Vic de dynamiek van het gemeenschapsleven. Met open armen verwelkomde hij initiatieven zoals Het Hele Dorp, het Druivenfestival, 800 Jaar Hoeilaart, Radio Zoniën, Fata Morgana en de vele projecten van ons rijke verenigingsleven. Zelf was hij jarenlang voorzitter van de Koninklijke Harmonie Sint-Clemens. Hoewel hij zelf geen enkel instrument bespeelde, was hij elke vrijdagavond aanwezig op de repetitie. Hij durfde haast niet anders, want als hij noodgedwongen eens verstek liet gaan, kreeg hij de week daarop steevast een stevige opmerking van dirigent Maurice Van Himbeek.
Wie 33 jaar lang leiding geeft, moet openstaan voor kritiek, ook wanneer die ongenuanceerd of kwetsend is. Voor sommigen kan je niets verkeerd doen, voor anderen niets goed. Gedurende zijn hele carrière probeerde Vic een duidelijke koers te varen, met Hoeilaart en de belangen van de Hoeilanders als kompas. Dat gebeurde niet zonder weerstand. Ook binnen de eigen partij klonk de kritiek soms luid. Naarmate de jaren vorderden, werd die zelfs harder. Rond de vergadertafel botste het geregeld, maar Vic had zijn eigen rustige manier om de groep bijeen te houden en conflicten niet te laten escaleren.
Hij was niet de man om met de vuist op tafel te slaan. Geduld en discretie brachten volgens hem meer op. Wij als groep begrepen niet altijd hoe en waarom bepaalde beslissingen uiteindelijk werden genomen, maar nooit leidde dat tot een breuk. Wees gerust: ook Vic was niet perfect. Hij zou zich trouwens ongemakkelijk gevoeld hebben als we niet ook even bij zijn minder sterke kanten zouden stilstaan. Hij had wel degelijk enkele scherpe kantjes.
Zo kon hij bijzonder koppig zijn en als hij zich ergens in vastbeet, liet hij niet meer los. Vic was ook geen open boek. Zelden liet hij het achterste van zijn tong zien, waardoor hij vaak moeilijk te doorgronden was. Bovendien was hij een meester in ‘de kastanjes uit het vuur te laten halen‘ door anderen. Ook beschikte hij over een uitstekend geheugen. Hij vergat nooit wie hem een hak had gezet, hem onredelijk had tegengewerkt of in diskrediet had gebracht. Geduldig wachtte hij zijn moment af. Als zoon van serristen zat zuinigheid in zijn DNA. Daardoor waren de gemeentefinanciën misschien wel iets té gezond, tot grote vreugde van de nieuwe meerderheid zonder CD&V, die later een mooie spaarpot erfde. De voorbije jaren gaf hij zelf toe dat hij soms wat te voorzichtig was geweest. Achteraf bekeken had hij de teugels hier en daar misschien wat losser mogen laten. Het blijft een moeilijke evenwichtsoefening. Maar genoeg over de scherpe kantjes.
Wie hem buiten de politiek kende, weet dat hij hield van humor, van geschiedenis, van wereldpolitiek, van een goed glas wijn en van lekker eten. Uit zijn rijkgevulde palmares waren er enkele zaken waarover hij altijd met bijzondere fierheid sprak. Zo was er de jaarlijkse Perskartoenale en Karikaturale die hij jarenlang organiseerde tijdens het Druivenfestival. Trots was hij ook op het persoonlijk archief dat hij gedurende al die jaren had opgebouwd en dat vandaag grotendeels in handen is van de Heemkundige Kring.
Daarnaast kwam hij graag terug op de uitzonderlijke hoeveelheid subsidies die hij voor zijn geliefde Hoeilaart wist binnen te halen. Zijn vriendschap met Armand Pien en Marc Sleen bezorgde hem tal van onvergetelijke herinneringen. Marc Sleen kreeg het trouwens altijd voor elkaar om na een gebeurtenis in de gemeente ergens te gaan eten, liefst in de Villa Lorraine. Weigeren was ondenkbaar, al was de rekening wel steevast voor Vic. Hij was ook bijzonder fier wanneer hij voor het openingsconcert van het Druivenfestival Europese toppolitici, eerste ministers, ministers, staatssecretarissen en andere prominenten mocht verwelkomen. Dat zulke gewichtige figuren naar onze kleine gemeente afzakten, gaf Hoeilaart volgens hem een uitzonderlijke uitstraling. En dat vond hij belangrijk.
En wie bij het binnenrijden van Brussel aan hem wil denken, hoeft niet ver te zoeken. Vic was immers verantwoordelijk voor de renovatiewerken aan de Zuidertoren. Daar kan je moeilijk naast kijken.
Beste allemaal, politiek is een harde wereld. Je moet een brede rug hebben en over veel talent beschikken, wil je jarenlang stand te houden. De politieke carrière van Vic — gemeente en provincie samen — overspant maar liefst 42 jaar. Waar vond hij al die jaren de energie en de motivatie? Het antwoord is eenvoudig: In zijn onvoorwaardelijke liefde voor Hoeilaart en voor de Hoeilanders.
Uw talrijke aanwezigheid vandaag bij het afscheid van onze ereburgemeester is het onbetwistbare bewijs van uw respect en waardering. Dat alles kunnen we samenvatten in één eenvoudige zin:
Beste Vic, vanuit het diepste van ons hart: duizendmaal dank voor alles wat u voor ons en voor onze prachtige gemeenschap hebt gedaan.
Vaarwel. Rust in vrede.
Bij onze collega's van 'Pitnieuws' kan je nog meer te weten komen over Vic Laureys. Hier vind je immers een bijdrage van Michel Erkens (Koninklijke Heemkundige Kring) en Patrick Demaerschalk (schepen). KLIK HIER!









